Jozef Cantré, beeldhouwer en houtsnijder

Dit item is verlopen op 29-04-2019.
Jozef Cantré - De Kus (1929)

29 januari t/m 28 april 2019

Houtsneden en beelden van Cantré uit de Nederlandse jaren.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, in oktober 1918, vlucht de Vlaamse kunstenaar Jozef Cantré (Gent, 1890-1957) naar Nederland. Hij is bang voor vervolging, onder andere voor zijn als niet-vaderlandslievend beschouwde activiteiten voor de vredesbeweging.
Hij komt terecht in de Vlaamse kunstenaarskolonie te Blaricum, waar hij vriendschap sluit met de kunstenaars Gustave de Smet en Frits van den Berghe. Zij ontwikkelen zich alle drie in de richting van het expressionisme. Rond 1925 komt Cantré in contact met Hendrik Wiegersma wanneer zij beiden meewerken aan het tijdschrift De Gemeenschap. Hun vriendschap is vooral intensief tussen 1925 en 1930, jaren waarin Wiegersma verschillende beelden van Cantré aankoopt en vrijwel al zijn houtsneden. In 1927 maakt Cantré in opdracht van de Abdij van Berne in Heeswijk het gevelbeeld van Pater Van den Elsen. In 1930 krijgt hij amnestie en keert hij terug naar Gent.

Op deze tentoonstelling – die eerder in Museum De Wieger te Deurne te zien was – zal een representatief deel van de houtsneden en beelden van Cantré uit de Nederlandse jaren getoond worden. Deze zijn afkomstig uit het Museum van Deinze en de Leiestreek en uit particuliere collecties in Nederland en Vlaanderen. Hieronder zijn ook enkele werken van zijn vrienden De Smet en Van den Berghe, die tot de belangrijkste Vlaamse Expressionisten worden gerekend.

   Cantré - de kus (1929)Cantré - de koe geeft melk (1920)